Chaïra Gemin

22 jaar - VWO

180
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Chaïra Gemin (22 jaar)

? stemmen

Vooruit

Ik kijk voor de laatste keer achterom voordat ik in de trein stap. Ik zou het eigenlijk niet moeten doen. Maar toch doe ik het. Mijn moeder zei altijd ‘Kijk nooit achterom, het vervaagt je blik op het nu.’ Ik hoor haar het bijna zeggen. Haar zangerige stem die wijze woorden in mijn oor fluistert. Het is rustig in de coupé waar ik besluit te gaan zitten. Mijn tas leg ik neer op de blauw-beklede bank. Ik kijk naar buiten terwijl de trein langzaam in beweging komt. De wereld achter het glas begint steeds sneller te bewegen. Toen ik vijf was nam mijn oom me een keer mee op een treinreis, naar het strand. Ik herinner me het gevoel dat ik kreeg toen ik naar buiten keek, naar de versnelde wereld. Het gevoel hoe het glas tussen mij en de wereld langzaam verdween. Tot op het moment dat niet de trein maar ik door de lucht raasde; zo snel langs mensen en bomen en auto’s dat ze mij niet eens zagen. Maar ik zag hun wel, al was het maar voor heel even. Het zalige gevoel dat ik één was met de versnelde wereld. Maar dat was toen de wereld nog veilig leek. Inmiddels weet ik wel beter. Met het laatste beetje hoop dat ik nog heb en de zachte stem van mijn moeder in mijn hoofd ben ik op weg naar een plek waar het hopelijk wel veilig is, ook al weet ik niet waar dat zou moeten zijn.
Als de trein al zo’n half uur aan het rijden is, voel ik hoe moe ik eigenlijk ben. Ik leg mijn hoofd tegen het raam. Vraag me af of ik wel moet toegeven aan de vermoeidheid, wie weet wat er kan gebeuren als ik in slaap val. Maar het zware, versuffende gevoel neemt over. Mijn ogen zakken langzaam dicht, en heel zachtjes voel ik mijn moeders hand even over mijn haar strijken voordat ik in slaap val.

3 dagen eerder
“Ze zijn hier.”
Opeens werd het muisstil in huis. Een oorverdovende stilte vulde alle huizen in de buurt, terwijl iedereen zich schrap zette voor wat er stond te gebeuren.
“De NMTM heeft hun doel bereikt. Het eerste schot van hun laatste actie kan ieder moment afgevuurd worden. De stad is voor het grootste deel geëvacueerd, maar er worden veel doden verwacht onder de mensen die niet op tijd gevlucht zijn. Wat begon als een reactie op de aanslag in Parijs wordt nu gezien als grootste pogrom na de Tweede Wereldoorlog. De NMTM…” De verslaggever op de radio sprak monotoon verder. Hij voelde de spanning niet. De angst drong zijn aderen niet binnen bij het zien van de beelden van wat de NMTM had aangericht. De Non-Muslim Terrorist Movement was een groep die als reactie op de ‘terroristische actie’ op Charlie Hebdo massaal moslims uitmoordde. Het bombarderen van wijken waar veel moslims woonden was begonnen in Parijs. Sindsdien hadden ze via Duitsland en België hun moslimmoordende tocht voortgezet om in Amsterdam te eindigen.
“Papa, waarom gaan we niet weg? Ze komen niet voor ons,” had mijn broertje gezegd. Mijn vaders antwoord daarop was dat we niet anders waren dan zij. We waren precies hetzelfde en zouden niet vluchten als lafaards. We zouden vechten tot het bittere eind.
Toen het eerste schot klonk gaf mijn vader me een geweer. Hij zei niks maar knikte alleen. Ik greep het geweer met beide handen vast. Toen begon de strijd.

Het was een enorm bloedbad. Ik weet niet hoelang het geschreeuw, het gehuil en de geweerschoten al aan de gang waren. De tranen die over mijn wangen stroomden voelde ik niet. De pistolen in mijn handen waren gewichtsloos geworden. De ijzer-achtige geur van bloed die mij omringde drong niet tot me door. Het enige wat ik zag was de man die, nadat hij “Verraders!” had geschreeuwd, met een grijns een regen van kogels in de lichamen van mijn moeder, vader en broertje schoot. Hun bloed spatte alle kanten op. Zonder het zelf te horen schreeuwde ik. De man keek met een verwilderde blik mijn kant op. Ik keek hem recht in zijn ogen toen hij op me afstapte. Langzaam, alsof hij er zo langer van kon genieten. Hij was minder dan 50 centimeter van me verwijderd toen hij zijn arm uitstak. Toen schoot ik. Recht in zijn linkerborst. Daarna rende ik zo snel als ik kon naar het kapotgeschoten krot dat ooit ons huis was geweest. Pakte wat ik pakken kon, en ging ervan door. Het was klaar. Ik had mijn plicht gedaan. Ik had gevochten tot het bittere eind.

Ik word wakker door een hand op mijn arm. Ik houd nog net een schreeuw binnen. Als ik om me heen kijk en de versnelde wereld achter het raam zie weet ik weer waar ik ben. Een vrouw in een blauw pakje kijk me een beetje bezorgd aan. Ze past bij de banken.
“Je bent wakker,” zegt ze opgelucht. “Kaartje, alsjeblieft?”
Nadat ze mijn kaartje heeft geknipt blijft ze even staan en kijkt me aan.
“Waar ga je naartoe, meisje?”
Weer hoor ik mijn moeders stem ‘Kijk nooit achterom…’
Ondanks dat het mijn hoofd vult, voelt het alsof ik haar stem al eeuwen niet heb gehoord. Haar zangerige stem waarmee ze niet meer in mijn oor zal fluisteren. Nooit meer.
Langzaam draai ik mijn hoofd van het raam weg en kijk de vrouw aan.
“Vooruit,” antwoord ik.
Niet achterom kijken. Nooit.

Ontwerp door Willem Verweijen