Lisa Verkerk

19 jaar - Havo

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Lisa Verkerk (19 jaar)

? stemmen

Waar?

Het is zondagmorgen, ik kijk samen met mijn moeder naar foto’s van vroeger. Ik zie op de foto een grote familie staan, dat is mijn familie. Ik weet alleen niet meer wie ze zijn. Ongeveer 7 jaar geleden kreeg mijn vader hier een baan, en gingen we hier wonen. Ik heb het hier goed, maar ik heb één hele grote wens, en dat is om mijn familie een keer te zien. Dat gaat alleen niet, ik weet niet waar ze zijn. Af en toe schrijf en krijg ik een brief, maar ik weet niet wie het geschreven heeft, en heeft mijn familie mijn brieven gekregen? Maar de laatste paar weken heb ik geen brieven meer gehad, ik ben bang dat er iets met ze gebeurt is, dat voel ik gewoon. Soms moet mijn moeder plotseling huilen, dat komt omdat ze haar familie mist, dat snap ik wel. Op een andere foto zie ik een klein meisje, met een man. ‘Wie is dat’? vraag ik aan mijn moeder, dat ben jij samen met jou opa, zegt ze droevig. ‘Het was een lieve vent, hij pasten altijd goed op je, hij speelde met je, en deed hele leuke dingen. Als mijn moeder de foto’s wegdoet, voel ik opeens koude rillingen over mijn rug lopen, ik dacht opeens, ik mis ze! Ik kijk in de spiegel en zie dat ik aan het huilen ben, ik veeg de tranen weg, en er komen donkere kringen onder me ogen. Ik schrik zelfs een beetje van mezelf, ik ben spierwit en heb grote donkere ogen. Mijn grote, bruine ogen lijken zwart door de uitgelopen mascara. Alles is even donker voor mij, de donkere wereld ligt voor me. Stemmen in me hoofd maken ruzie, ik word er gek van. Ik voel me raar. Ik schrik als de bel gaat, ‘ik zie er niet uit’ denk ik in mezelf. Snel veeg ik de donkere tranen weg, en doe de deur open. ‘Hallo, ik moest jou ophalen, samen met je moeder, wil je je spullen even pakken’? Ik schrik er helemaal van, waar gaan we dan naartoe? Als mijn moeder naar beneden komt, staat ze al helemaal klaar. ‘Kom je’ zegt ze. Als we in de auto zitten, rijden we weg. Ik zie mama al helemaal glunderen, ik word steeds nieuwsgieriger. Als de auto stilstaat, kijk ik naar buiten. Ik weet niet waar we zijn, aan de rechterkant zie ik allemaal bomen en struiken. En rechts zie ik een dorpje, het dorpje ziet er arm uit. De deur gaat open en ik stap uit de auto. Ik krijg mijn spullen in mijn hand geduwd, en de auto rijd weg. Mijn moeder en ik kijken een beetje rond en weten niet waar we zijn. ‘Waar moeten we naartoe’ vraag ik. ‘Het is hier ergens in de buurt, maar we moeten nog een eindje lopen’! Na een halfuur lopen komen we bij een dorpje. We zien een grote groep mensen staan. Mijn moeder huilt en rent naar ze naartoe. Nu dringt het pas tot me door, dat is mijn familie! Ik ren op ze af. IK HEB ZE GEVONDEN!!!

Ontwerp door Willem Verweijen