Demi Lamers

21 jaar - Havo/Vwo

35
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Demi Lamers (21 jaar)

? stemmen

Want ik ben nog maar onderweg

Een stel lijnen, vormen mijn hart.
Piep. Piep. Piep.
Steeds maar weer, dat ene geluid. Het is moeilijk voor te stellen dat het schermpje daar mijn hart moet voorstellen. Volgens het apparaat heb ik er wel dergelijk een, al voelt het niet zo. Het voelt niet alsof ik echt leef. Ik lig in een ziekenhuisbed, zonder ook maar één teken van de buitenwereld. Het lijkt alsof ik gevangen zit in mijn eigen verdriet. Nee, ik zal niet huilen. Ik ben geen kind dat medelij wil opwekken. Ik ben een kind dat vast zit, tussen de werkelijkheid en dat wat zich in mijn hoofd afspeelt. De wereld lijkt gewoon een korte film, die steeds maar weer opnieuw afspeelt. Ik zit hier maar, te wachten op dat wat komen gaat. Maar wat zal komen? Waar moet ik zolang voor wachten?
De pillen hebben geen effect. Net zoals de behandelingen. Net zoals de dokters, begin ik langzaam de hoop op te geven. Maar ik moet me er tegen verzetten, en vechten. Ik zal mijn bestemming bereiken, al is de weg nog zo ver. Ik vecht.

Maar zelfs de dapperste strijders verliezen nog wel eens.

Geluk zeggen ze. Ik heb ‘geluk’ dat ik nog leef. Ik geloof niet bepaald dat het zomaar geluk kan zijn. Wat is geluk dan? Alleen maar een woord? En de betekenis? Wat is de betekenis dan? Waar blijft het dan? Waar is mijn geluk? Is geluk iets dat na verloop van tijd vergaat?
Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Mijn antwoorden zijn op, verdwenen. Net zoals wat ik dacht te weten. Want zolang ik hier blijf liggen, ga ik geen conclusies trekken. Ik wordt gek. Gestoord. De muren komen op me af, de schaduwen lijken te leven en de seconden lijken wel uren.

De dokter wandelt naar binnen, zie ik vanuit mijn ooghoeken. Maar ik neem de moeite niet om me om te draaien. Ik blijf kijken naar de lijnen, die zich steeds weer vormen. Want wat kan mij het toch schelen? Inderdaad, weinig. Totdat ze me komen vertellen dat ik naar huis mag, doe ik geen moeite.

De regen buiten, klettert tegen het raam aan, en blijven stromen net als de tranen van mijn moeder. Mijn ouders zijn al zo vaak bij me op bezoek geweest. Die blik in hun ogen, die me vertellen dat ik vol moet blijven houden, begint steeds vaker te verdwijnen. Mijn vader zat dan naast me op een kruk, terwijl zijn hand zachtjes mijn arm aaide. Hij glimlachte dan zwakjes, en zei;

“Je bent nog maar onderweg. Je moet gewoon stug doorgaan, tot de eindbestemming bekend wordt.”

Ik ben bang voor die eindbestemming. Want hoe moet ik stug doorgaan, als ik het nu al niet meer volhoud? Wat zal die eindbestemming dan wel niet zijn?
Als ik onderweg ben, hoeveel dingen ben ik dan al gepasseerd, voor goed? Zijn die dan al verdwenen? Kan ik niet meer terug?
Wie weet? Misschien zal ik onderweg nog wel wat mensen tegenkomen. Vrienden, dierbaren, vreemden. Zullen zij me mijn pad wijzen? Als ik dreig te verdwalen, wijzen hun me dan de weg?
Zal ik avonturen beleven? Een schat vinden, een dierbaar iets om te koesteren?
Is er een kaart? Iets dat me een hint kan geven, de weg wijzen als een ander het niet voor me doet? Of, ben ik zelf die kaart?

Ik ontwaak uit mijn gedachten, als de lijnen op de monitor ineens zwakker worden. Het gepiep gaat steeds sneller, en suist door mijn oren. Vanaf alle kanten komen ineens mensen. Zusters, doktoren, en ga zo maar door. Maar ik blijf liggen, kijkende naar de lijnen.
De lijnen, zijn de bergen die ik moet beklimmen. Het pad dat ik nog moet volgen tot ik mijn eindbestemming heb bereikt. De bergen worden steeds lager, terwijl ik stug doorga. Mensen roepen mijn naam, en paniek breekt uit. Maar nog steeds verroer ik me niet. Ik moet stug doorgaan.

De wereld begint steeds waziger te worden, en ik voel hoe ik omhoog ga. De wereld wordt lichter, net zoals ik. Stemmen roepen mijn naam, en tussendoor versta ik nog;

“Het komt goed.”

Ik glimlach, terwijl de lijnen verdwijnen.

Een traan, rolt over mijn wang. Niet van verdriet, maar van vreugde. Ik glimlach. Want ik heb mijn bestemming bereikt. Ik ging stug door.

Maar dit is nog niet het einde. Want ik ben nog maar,

onderweg.

Ontwerp door Willem Verweijen