Emma Heikens

21 jaar - vwo

54
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Emma Heikens (21 jaar)

? stemmen

Ze hadden gelijk

Ze hadden gelijk. Elize was raar. Ze was raar en dik en lelijk, hoe rauw de waarheid ook klonk. Telkens als ze langs een spiegel liep, waagde ze een poging om naar zichzelf te glimlachen. Gewoon, om even naar zichzelf te kijken, en de lieve kuiltjes in haar wangen te zien ontstaan. “Ik ben best leuk, ik ben best schattig…” Dacht ze dan. “Ik ben niet helemaal een ramp” Toch wist de realiteit altijd van de verbeelding te winnen. “Elize ga iets nuttigs doen, Jezus Christus” Haar vader gaf een klap tegen haar achterhoofd. Dat deed hij altijd. Het voelde afschuwelijk. En nu duwde ze en duwde ze, maar haar trappers hadden nog nooit zoveel weerstand geboden. De ijzige wind sneed in haar huid en de wolken vuurden hun tranen steeds harder op haar af. Ze wist niet waar ze heen ging, ze wist niet waar ze naar onderweg was. Ze vroeg zich af hoe dit ooit zo ver had kunnen komen. Het was klein begonnen. Dingen zoals expres ballen naar haar hoofd gooien tijdens gym, of het opendraaien van haar fietsventiel. Dingen waarvan je niet kon bewijzen dat er opzet achter zat. “Als je het negeert gaat het vanzelf weg”, had haar vader gezegd, toen ze voor de zoveelste keer lopend naar huis was gekomen. “Dus stel je niet zo aan, en maak je liever druk over dingen die er toe doen.” Maar het ging niet weg. Het werd erger. Het ging over in het stelen van haar kleding en snijden in haar zadel. Als ze even niet oplette, was ze de pineut. Bevestiging kreeg ze niet, maar toch wist Elize precies wie het meesterbrein was achter alle “ongelukjes”. Ester. Alleen al haar naam was verschrikkelijk. Het klonk scherp en snauwend. Ester. Als het een dagelijks gebruiksvoorwerp was, zou het waarschijnlijk een keukenmes of
knoflookpers zijn. Maar dat was alleen nog haar naam. Een keukenmes kwam niet eens in de buurt van haar persoonlijkheid. Ken je die aflevering van Spongebob, waar hij nog maar één bord heeft om af te wassen voordat hij naar huis mag? Op het bord zit nog maar één vlek. En ook al gebruikt hij ontelbaar veel schoonmaakmiddeltjes, de vlek gaat niet weg. Hij bouwt zelfs een gehele schoonmaak-machinetank, maar de vlek gaat niet weg. Hij doet zo hard zijn best, maar niets helpt. Uiteindelijk stort de hele Krokante Krab in. En dat was Ester. De vlek. Ze kleeft zich aan je leven en laat niet meer los. En dan was het alleen nog een kwestie van tijd voordat alles instortte. De wind was harder gaan waaien, en zette zijn beruchte handen op Elizes schouders. Hij duwde haar, alsof hij wou dat ze omkeerde en maakte dat ze weg kwam. Hij huilde en zeurde en krijste onverstaanbare dingen in haar van kou verstijfde oren. Elize trok het niet meer, en remde zachtjes haar fiets af. “Werd het even te veel voor je, dikke?” riep een jongen die haar voorbij scheurde op zijn blitse scooter. Hij had een meisje achterop, dat Elize niet anders kon omschrijven dan “Een soort meisje dat kickt op bontjassen”. Het meisje stak haar middelvinger op en Elize stak haar tong naar haar uit. “Dikke”, zo noemde ze haar ook op school. En terecht. Ze kon haar vetrolletjes zien dansen als ze rende. Verschrikkelijk, ze haatte het aan zichzelf. En Ester leek dat te kunnen ruiken. “Moet je niet eens naar de plastisch chirurg of zo?” had ze in de gymkleedkamer geroepen, toen Elize haar iets te strakke T-shirt over haar bovenlijf trok. Haar handlangers giechelden, want ja, die had Ester ook. Het was alsof ze speciaal waren ingehuurd om haar hielen te likken. Haar eten had Elize die dag weggegooid. “Dikke” veranderde in “Zwerver” en “Zwerver” veranderde in “Hoer” en “Slet”. Elize probeerde het niet te horen, maar hoe vaker ze het zeiden, hoe meer ze erin begon te geloven.
Zeker omdat ze diep van binnen wist, dat de opmerkingen meer voor haar familie bedoeld waren dan voor haarzelf. En ze trok het niet meer. Ze voelde zich al niet lekker. Ze liep over het schoolplein, haar rugzak onhandig bungelend aan haar rechterschouder. De linkerband was doorgeknipt. Ze hoorde haar al aankomen, ze hoorde al haar handlangers giechelen. Ze wist al wat er ging gebeuren. “Hey zwerver, is je rugzak nu ook al kapot? Goh, wat jammer nou.” Zelfs Esters stem was als een snijdend mes. Elize had zich met een ruk omgedraaid. “Houd nou eens potverdikkeme je bek!” had ze geschreeuwd, haar handen gebald tot vuisten. “Och Elize, durf je nou nog steeds geen echte scheldwoorden te gebruiken? Zielig hoor.” Ester grinnikte, en keek even vluchtig over haar schouder om te checken of haar hielenlikkers wel mee lachten. En op dat moment, knapte er iets in Elize. Ze voelde iets wat ze nog nooit had gevoeld. Nog voordat ze zichzelf kon stoppen sloeg haar hand in Esters gezicht.
De klap galmde nog zachtjes na en er viel een kille stilte. “Pardon?” vroeg Ester uiteindelijk. Haar mond hing wagenwijd open. “Ik ben je zat…” Had Elize gezegd. “Ik ben jou en je streken zat.” Elize gooide haar fiets in het natte gras naast het fietspad. Ze wou niet terugdenken aan wat er was gebeurd. Ze wou dat ze niet had hoeven vluchten, ze wou dat ze van niks afwist en dat ze gewoon naar huis kon. Ze wou dat ze Esters woorden gewoon kon vergeten: “Je weet best waarom het is zoals het is. Je weet best wat voor een man je vader is.” Elize wist wat voor een man haar vader was. Ze wist het al die tijd. Maar ze dwong zichzelf ertoe het niet te geloven. Maar ze hadden gelijk. En nu was ze hier. Alleen. Op een plek waar ze niemand kende, behalve zichzelf. En het was goed. Ze liet het los.

Ontwerp door Willem Verweijen