Johanna Bouckaert

23 jaar - ASO

235
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Johanna Bouckaert (23 jaar)

? stemmen

In zijn voetsporen…

Waar ben ik? Wat doe ik hier? Nadat ik me even door dit gedachtemoeras worstelde, wist ik het weer. Verdoofd ben ik. Ik wist wel dat ik dat drankje niet had mogen aannemen. Daarnet nog, toen een logge dame het me toediende, probeerde ik het nog uit te spugen, maar mijn papa wierp me een boze blik toe. Hij leerde me nochtans nooit iets aan te nemen van vreemden, dus ja, er restte me gewoon geen andere optie. Maar ik vergeef het hem.
Naast me zit hij. Mijn lieve papa, mijn held. Terwijl hij rustig de krant doorbladert, werpt hij soms een tedere, geruststellende blik op me. Maar hij denkt dat ik slaap, of ja, dat laat hij blijken. Eigenlijk weet hij dat ik wakker ben en ik weet dat hij het weet. Maar na vijf minuten geef ik het op, ik open mijn ogen en doe alsof ik net wakker ben geworden. Hij speelt het spelletje mee.
Na een poosje verschijnen witte en groene gedaanten, het lijken wel asperges, denk ik in mezelf. Daar die kleine groene dikke, en ernaast zo’n lange witte. Ik twijfel of ik ze kan vertrouwen… Ik besluit dat ik ze niet mag, want ik hou niet van asperges.
Ze komen me halen. Maar papa zegt me rustig te blijven. Alles zal spoedig gedaan zijn. Ze ontketenen mijn bed en verschuiven het. Ik vind het wel leuk om rondgereden te worden, ergens waar ik de weg niet ken. Ik beeld me in dat ik de Minotaurus ben die ze vervoeren naar het hart van het labyrint om me daar dan achter te laten… Maar ik voel me veilig, want hij- mijn held – is bij me, om zeker te zijn dat er me niets overkomt. Maar dan, plots mag hij niet verder.
Op dat moment komen er twee gevoelens in me op. Het eerste is angst. Mijn leidraad om de weg terug te vinden, lijkt van mij afgenomen te worden. Maar al snel overmeestert een ander gevoel de angst om die draad te verliezen. Voor het eerst voel ik me namelijk belangrijk. Ik mag ergens binnen waar hij niet binnen mag. Het voelt vreemd aan, maar ook leuk en maakt me nieuwsgierig… Het bed rijdt weer verder en ik laat me leiden tot in de kern van het geheel.
Zodra het hart bereikt is, maak ik kennis met andere gezichten. Ogen begluren me, monden praten met me, handen betasten me. Maar ik besluit rustig te blijven. Even later plaatsen ze een doorzichtig mondmasker over mijn ademhalingswegen. Langzaamaan sluipt er een raadselachtig gas mijn luchtwegen binnen. Dan wordt het zwart…

‘Ja, dat waren mijn eerste herinneringen. Mijn eerste operatie. Dat is waar ik nu aan denk. En hoe lief je was toen je me achteraf beloonde met warme chocolademelk omdat ik zo dapper was geweest. Dat waren nog eens tijden hé, papa?’
Geen antwoord.
‘Inderdaad, soms is het beter te zwijgen en niet te handelen. Maar soms ook niet. Dat leerde je me niet zo lang geleden hé, ik weet het nog goed…’

Het was winter. Ik wachtte op de trap, die ondertussen een vertrouwde vriend was geworden.
20.10.
Waar blijft hij? Ik loop naar de keuken. Mama is bezig. Ze lacht. Maar een lach die ik nog niet ken. Hij maakt me wat onrustig. Maar ik trek me er niet zoveel van aan. Ik loop terug en ga weer zitten.
Maar hij komt niet.
Na een uur loopt mama naar me toe. ‘Liefje, papa komt iets later aan. Hij heeft een probleempje met zijn auto. Ik ga erom. Ga maar slapen, we zijn zo dadelijk weer thuis.’
Mama liegt, ik voel het. Soms snap ik het niet hoor, waarom dat geheimzinnig gedoe? Maar ik ga er niet op in. Ik ga naar boven. Beneden hoor ik mama haar sleutels zoeken en zodra ze die gevonden heeft, vertrekt ze via de voordeur die ze voorzichtig achter zich toetrekt.
Ik kan niet slapen. Niet voor ik papa welterusten heb gewenst. Dus ik besluit weer op de trap te gaan zitten, maar deze keer bovenaan, zodat ze me niet zien en ik hem kan verrassen.
Maar het blijft duren. Langzaamaan wiegt mijn bijna geluidloze ademhaling me in slaap. Maar even later schrik ik wakker. Sleutels wentelen zich in het sleutelgat. Mama komt binnen. Alleen. Maar dan, uit de verte herken ik een vertrouwd geluid. Maar het klinkt anders… slenterende loden schoenen komen binnen en leiden hem richting de keuken. Zijn kleren laten een pertinente geur achter die me verhinderen hem verheugd te verwelkomen.
Ik hoor ze. Ze praten. Ze roepen. Er glijdt een koude onrustige rilling over mijn rug.
Plotse stilte. Ik word bang. Voet voor voet sluip ik naar de keuken. Wanneer ik de deur open, lijkt de piepende deur plots een drilboor voor het oor.
Daar. Dicht staan ze bij elkaar. Zo dicht als bij hun eerste omhelzing indertijd. Maar deze keer is het anders. Hij, zijn ene hand door haar haren gaand. Zijn andere om haar hals. Zijn dikke vinkers verstrengeld rond haar keel, waaruit allerlei wanhopige kreetjes strompelen.
Na enkele seconden volgt stilte. Ze zakt in.

Toen, voor het eerst voelde ik haat, pure haat. Mijn wangen werden vochtig. Een diep verborgen drijfveer zette me in beweging.

Nu zit ik hier, mama in de ene hoek, papa in de andere. Hij voor me. Een weke plek bevindt zich tussen zijn benen. Hij weet dat hij fout heeft gedaan.
‘Maar papa, ik kan het hier toch niet zomaar bij laten, niet?’
Hevig schudt hij zijn hoofd. Hij had maar eerder moeten denken. Hij had haar maar geen pijn moeten doen. En dat moet hij voelen. Eigenlijk moet hij zelfs blij zijn, want de vijftien seconden die hij moet lijden, stellen niets voor in vergelijking met de jaren die ik na deze dag in zo’n kleine benauwende kamer zal moeten doorbrengen. In de seconden dat hij voor me hangt, moet hij boeten voor wat hij mama -die nu ergens door deze kamer zweeft- aandeed.

Ontwerp door Willem Verweijen